Onze varkens Hokken

november 2013

In het klaslokaal waar ik af en toe les geef hangt een poster in regenboogkleuren, met de tekst ‘hier kun je zijn wie je bent’ een boodschap aan leerlingen en studenten, van het bureau gelijke behandeling.

In de kraamstal, waar ik wél graag ben, ligt in het hok naast de zeug met 5 biggen, een zeug met 10 biggen. De biggen schelen in leeftijd ongeveer een week of drie.
De hokken waar zeugen met biggen liggen, zijn dicht. Dat wil zeggen, de varkens kunnen niet zomaar naar buiten. Het deurtje is dicht en moet ik zelf persoonlijk open maken om de beestjes naar buiten te laten. Dat doe ik dan ook, zodra het weer het maar even toelaat. Ik trek dan één van de beide deurtjes open. De zeug komt naar buiten, de biggen volgen. Een hele dag lopen ze lekker te varken in hun eigen weitje, helemaal alleen voor hen. ’s Avonds met voeren komen ze zelf naar binnen. Doe ik het deurtje weer dicht. Slaap lekker.

Ik dacht dat de beide zeugen met hun biggen ook wel tegelijk naar buiten kunnen. Dus ik trek beide deurtjes open. Het kan. Ze vochten heel even, de zeugen. De biggen liepen direct met elkaar te spelen, te rennen en te biggen. Die hebben nog geen besef van rangorde en pikorde in de groep. Ontdek de wereld en begin bij jezelf! Dat is het motto.

Met voeren de eerste dagen kwamen de zeugen met eigen biggen keurig in hun eigen hok naar binnen. Deurtje achter die dikke konten dicht. Slaap lekker. Maar al snel liepen er een paar biggen van de buren tussen het kroost. Of Johnny van de buren mee mag eten? Eerst wil je de biggen terugzetten. Uiteindelijk laat je het gewoon. Het geeft alleen gedoe met melkgeven. De zeug gaat lekker liggen. Met een hoop lawaai zoekt iedere big de eigen tepel, maar wat doet Johnny? Die heeft geen eigen tepel bij de buurvrouw. Dat is vechten. En iedere dag lagen er steeds meer biggen door elkaar heen, met steeds meer lawaai.

Ik vond dat de moeders maar eens een goed gesprek met elkaar moesten hebben over dit probleem. Ik maakte daartoe het poortje tussen de twee hokken open. Ze kenden elkaar immers al van buiten, dus konden ze ook wel in één hok, zo redeneerde ik. En het kon. Sterker nog, diezelfde avond zag ik het wonder. De beide zeugen zijn gaan samenwonen.

Vanuit het ene hok hebben ze die nacht al het stro naar het andere hok gesleept. De mest uit het andere hok hebben ze naar het ene hok geprutst. ’s Avonds voor ik naar bed ga en dus nog even langs de beesten loop, zag ik de beide zeugen ieder aan een kant van een hele stapel biggen liggen. Het moeten 15 biggen zijn geweest die daar op een grote hoop, op en onder en over en tegen elkaar lagen te ademen als een groot biggenbeest tussen de beide moeders in. De dagen erna bleek dat ze het ene hok helemaal schoon houden voor het nest. Het andere hok gebruiken ze als mestplek. Wat een wonder. En zo wil ik het. Ik ga die poster uit de klas ook in onze kraamstal hangen. Hier kunnen de varkens zijn die ze zijn. Varkens. Wat een prachtige beesten.

Zij een goed leven, Wij een lekkere bout